Sfeerimpressie van het audioverslag van de politieke avond van de gemeente Son en Breugel,
gehouden op donderdag 21 oktober 2021, gehouden in het gemeentehuis.
Sessie 1: Wet inburgering
Deelnemers:
De heer J.F. Brouwers (voorzitter)
De heer F. den Hengst (griffier)
De heer F. Meulenbroeks (DorpsVISIE)
De heer H. Hulsen (CDA)
De heer D. Pasanea (VVD)
De heer M. van Beek (Dorpsbelang)
De heer W. Buurke (PvdA/GroenLinks)
De heer R. van Eerd (VOOR U!)
Wethouder P. van Liempd (Portefeuillehouder)
Presentatie:
Mevrouw K. Klein (beleidsambtenaar)
Andere aanwezigen:
Mevrouw C. Kersten-Kuijntjes – Adviesraad Sociaal Domein (ASD)
Mevrouw I. Borger – LEVgroep
De heer T. de Laat – Vluchtelingenwerk
Mevrouw J. Verhoof (Notuleerservice Nederland)
Publieke tribune: 4 personen
Opening
De voorzitter opent deze fysieke vergadering om 19.30 uur en heet iedereen welkom, ook op de publieke tribune. De bijeenkomst is ook te volgen via de livestream.
Er zal vanavond geen discussie en debat plaatsvinden, maar er kan alleen informatie worden
opgehaald. Benadrukt wordt de beschikbare tijd in acht te nemen. Het is een beeldvormende
vergadering ter voorbereiding op de oordeelsvormende vergadering. Hierbij wordt geen vaste sprekersvolgorde gehanteerd.
Wet inburgering
Wethouder Van Liempd zegt dat men gisteren het advies van de ASD heeft ontvangen. Het is gebruikelijk dat het college hiermee aan de slag gaat, waarna men bekijkt of de Verordening inburgering nog aangepast moet worden. Dit is nog niet gelukt. Het voorstel is om de antwoorden van het college op het advies van de ASD aan te leveren vóór de oordeelsvormende vergadering.
De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Klein voor de presentatie.
Mevrouw Klein licht de presentatie toe over de Wet inburgering 2021. Vragen kunnen na afloop van de presentatie worden gesteld.
De voorzitter constateert dat de regie van de inburgering bij de gemeente komt te liggen en de gemeente moet hiervoor een aanbod doen. Bij de verordening is een model gebruikt van de VNG en Divosa. De nieuwe Wet inburgering gaat in op 1 januari 2022.
Dorpsbelang vraagt op hoeveel inburgeraars het totaalbedrag is gebaseerd en wil weten of het budget toereikend is. Mevrouw Klein antwoordt dat er een gemiddelde is genomen van de afgelopen vier / vijf jaar. Het gaat over 20 – 22 inburgeraars, maar deze zijn niet allemaal inburgeringsplichtig.
Eerst wordt er uitgerekend wie er inburgeringsplichtig is voor Son en Breugel en dit aantal wordt doorberekend in de kosten. Dit jaar waren het er iets meer.
Dorpsbelang begrijpt dat de statushouders een leerroute kunnen volgen, maar wat gebeurt er met de andere doelgroepen. Mevrouw Klein licht toe dat de inburgeraars die als asielzoekers binnenkomen verplicht een aanbod voor de leerroute krijgen. De gezinsmigranten moeten dit zelf doen, want daar krijgt de gemeente geen geld voor. Er wordt wel een schatting gemaakt welke leerroute de gezinsmigranten het beste kunnen volgen.
Dorpsbelang vraagt of er sprake is van een eigen bijdrage van de inburgeraars. Mevrouw Klein licht toe dat de lening van DUO alleen bestaat voor de gezinsmigranten en niet voor de asielmigranten.
Het antwoord op de eigen bijdrage kan zij nu niet geven.
Wethouder Van Liempd zegt over de rijksfinanciën dat men inschat dat het bedrag beperkt is om dit goed uit te kunnen voeren. Het lukt nu zonder extra kosten omdat het voor een deel bij de WSD is ondergebracht, want hier staat nog dividend die voor participatiedoeleinden gebruikt mag worden. Het rijk schiet hierin tekort.
VOOR U! vraagt hoe wordt bepaald welke route een inburgeraar gaat volgen. Mevrouw Klein zegt dat er een consulent inburgering is die samen met de inburgeraar de leerroute gaat bepalen, gebaseerd op verschillende onderdelen. VOOR U! begrijpt dat er een checklist is die wordt afgevinkt en uitmondt in een bepaalde route. Mevrouw Klein legt uit dat er geen checklist is omdat het maatwerk blijft, er wordt wel gekeken naar de leerbaarheid. Voor de route wordt een aantal indicatoren gebruikt.
Het CDA informeert naar de percentages van de verdeling tussen de genoemde drie routes. Het is bekend dat er een groep is die zich in Nederland meldt waarbij kennisverlies kan ontstaan, omdat men niet hierop ingaat. Het gaat over inburgeraars met niveau 5, 6 en 7. Het zou mooi zijn om in Nederland gebruik te maken van de hogere opleidingen die men al heeft genoten en deze te valideren naar een Nederlands diploma. Bij welk traject hoort deze groep?
Mevrouw Klein antwoordt dat naar schatting vanuit het rijk 60% de B1 volgt, 25% de onderwijsroute en 15% de Z-route. De regiogemeenten verwachten dat 40% de Z-route zal volgen, maar dit is niet terug te zien in Son en Breugel. Bij de WSD kunnen mensen aangemeld worden voor de Z-route, maar de meerderheid gaat naar de B1-route voor een taalschool. Het hangt ook af van de praktijk.
Mensen met een hoog niveau zullen terugkomen in de B1-route, omdat hier een route is voor snelle leerbaarheid. Het CDA vraagt dit explicieter aan te geven, omdat het nu lijkt of deze groep nu niet aan bod komt. Zijn er voldoende praktijkervaringsplekken?
Wethouder Van Liempd antwoordt dat deze plekken er zijn, er is gisteren overleg geweest met de WSD. In eerste instantie worden deze geconcentreerd op de nieuwe locatie in Best, maar er wordt ook gesproken met Post NL op Ekkersrijt waar men bereid is een plek aan te bieden.
De VVD begrijpt dat het gaat over 20 mensen en een bedrag van € 111.504. Gevraagd wordt dit nader toe te lichten. Mevrouw Klein licht toe dat het bedrag van € 10.000 voor de leerroute per persoon is verdeeld over drie jaar.
DorpsVISIE vraagt waar het college is afgeweken van de conceptverordening van de VNG. Waar zouden de insprekers wijzigingen willen aanbrengen in de verordening?
Wethouder Van Liempd antwoordt dat in de modelverordening een aantal facultatieve zaken is opgenomen. Over het advies van de ASD zal per artikel de afweging nog worden aangegeven vóór de oordeelsvormende vergadering.
Er is een aantal kan-bepalingen facultatief opgenomen. Dit is een opsomming van mogelijkheden, maar hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Daarom wijkt men soms af van de modelverordening.
De heer De Laat is voorzitter van Stichting Vluchtelingenwerk in Son en Breugel en heeft veel contact met maatschappelijke begeleiders die zijn overgegaan van Vluchtelingenwerk naar de LEVgroep. Het is een ambitieus plan. De inburgering tot nu toe is verlopen met horten en stoten en vaak verkeerd gegaan. De uitvoering van de plannen is hierbij cruciaal. Het contact met de maatschappelijke begeleiders is ingewikkeld, omdat het gaat over oorlogsvluchtelingen met een andere cultuur en soms een naar verleden. De communicatie hiermee verloopt heel moeizaam, niet alleen met de gesprekken. Er zou meer aandacht moeten komen voor het opstartproces in de eerste maanden (half
jaar). Uit ervaring weet men dat er slecht is samengewerkt door de maatschappelijke begeleiders en er is slecht gecommuniceerd. Men heeft waarschijnlijk te weinig tijd en mogelijkheden om gebruik te maken van de maatschappelijke begeleiders, terwijl deze cruciaal zijn om het plan tot een succes te maken. De communicatie en samenwerking moet nadrukkelijker aan bod komen.
Mevrouw Klein zegt dat het signaal duidelijk is. De verordening is een onderdeel en de uitvoering vergt veel. Daarom zijn er meerdere werkgroepen, waarvan één werkgroep bezig is een klantreis te beschrijven van begin tot het eind. Met de maatschappelijke begeleiders en samenwerkende partijen wordt een bijeenkomst georganiseerd om de contacten te verbeteren en de klantreis toe te lichten om richting de uitvoering betere stappen te kunnen zetten. Het onderzoek vanuit de LEVgroep is een goede basis hiervoor. Dorpsbelang vraagt wie de maatschappelijke begeleiding uitvoert. De heer De Laat zegt dat het gaat over vrijwilligers, die worden gecoördineerd door de werkgroep.
Mevrouw Kersten zegt dat de rol van de maatschappelijke begeleider in de verordening gedetailleerd staat opgenomen. Ook andere zaken kunnen meer gedetailleerd worden opgenomen voor de evaluatie van het proces. Vanuit de ASD wil men meegeven:
– Dat de informatieverstrekking aan de inburgeraars belangrijk is. Men zou via verschillende
kanalen duidelijke informatie kunnen krijgen na het gesprek, waardoor de zelfredzaamheid
wordt vergroot in aanwezigheid van een tolk. Ook mensen uit het dorp die deze talen spreken kunnen een bemiddelende rol hierbij spelen.
– Om de rol van de cliëntondersteuner aan te halen bij een brede intake, omdat de huidige
formulering van artikel 1B in de verordening hierover onduidelijk is. Voor de inburgeraar zelf is het belangrijk een rol te krijgen bij het gesprek.
– Ten aanzien van de leerroutes is het belangrijk in de verordening een variatie in niveau en
variatie van de intensiteit op te nemen. En ook de vorm van de geïntegreerde
leerwerktrajecten. Het opleidingsniveau sluit niet altijd aan.
– Om de hoeveelheid uren voor de taalles te evalueren van het proces is het handig als dit wel wordt opgenomen.
– Is het mogelijk om in plaats van het B1- het B2-traject te volgen? Nu is er sprake van
afstromen. Kan men ook opstromen bij de start?
Wethouder Van Liempd zegt dat deze vragen ook in het advies van de ASD staan. Hierop komt een schriftelijke reactie vanuit het college. Mevrouw Kersten is hiermee akkoord en hoopt dat de punten worden meegenomen.
Het CDA vraagt aan de ASD wat het motief is om bij artikel 5 op te nemen dat het niet een beëdigd tolk hoeft te zijn, maar dat iedereen tolk kan zijn die deze taal spreekt. Mevrouw Kersten kan zich voorstellen dat de kosten van de tolken snel oplopen. Het gevaar bij onbeëdigde tolken is dan wel of het om een precieze vertaling gaat. Het CDA vraagt waarom er niet is gekozen voor een gezinslid.
Mevrouw Kersten zegt dat het wel mogelijk is, maar niet iedereen heeft een gezinslid in de buurt die beide talen spreekt.
Dorpsbelang is van mening dat de beschikkingen in het Nederlands zijn opgesteld. Hoe wordt deze inhoud duidelijk gemaakt aan de inburgeraar? Mevrouw Kersten zegt dat informatie over belastingen, toeslagen en regelingen nu via de maatschappelijk begeleider lopen. Van een aantal standaardonderwerpen kan ook een brief komen in verschillende talen en op de website worden geplaatst, zodat de mensen dit kunnen nalezen.
De heer De Laat zegt dat een aantal personen wel Engels spreekt, of soms met handen en voeten vertaalt en soms lukt het met een gezinslid. Er is een vrijwilliger die al lang in deze gemeente woont en zowel goed Nederlands als Arabisch spreekt, die niet direct bij de familie hoort. Het is soms improviseren, maar het lukt wel.
Mevrouw Borger merkt op over de stageplekken van de Z-groep, dat het voor sommige personen lastig is om te reizen. Is het mogelijk plekken te creëren in Son en Breugel?
Wethouder Van Liempd antwoordt dat hiernaar is gekeken. Bij Post NL op Ekkersrijt zou dit mogelijk zijn, mits er voldoende mensen zijn omdat er een bepaalde omvang nodig is. Als mensen niet zelf in staat zijn om gebruik te maken van het openbaar vervoer is de afspraak gemaakt dat men oplossingen hiervoor gaat zoeken.
PvdA/GroenLinks herkent de opmerking van de heer De Laat over de begeleiding in de eerste periode. Kan dit onderdeel zijn van de evaluatie? Wethouder Van Liempd zegt toe dat dit wordt meegenomen bij de evaluatie.
Dorpsbelang begrijpt niet waarom niet is gevraagd aan de ASD het advies eerder uit te brengen, zodat het nu meegenomen had kunnen worden. Daarom wil men liever een tweede beeldvormende sessie hebben.
De voorzitter concludeert dat uit de discussie blijkt, dat de meerderheid van de fracties aangeeft dat het onderwerp kan doorgaan naar de oordeelsvormende fase. De opmerking van Dorpsbelang zou door die fractie nog schriftelijk aan het college doorgegeven kunnen worden.
Sluiting
De voorzitter sluit de beeldvormende vergadering om 20.20 uur en dankt ieder voor de inbreng.
de sessiegriffier
Frans den Hengst
