Verzenddatum: 2 november 2021 Aan de Adviesraad Sociaal Domein Son en
Breugel
Per e-mail: voorzitter.asd.senb@kpnmail.nl
Uw brief van: 20 oktober 2021
Uw kenmerk:
Ons kenmerk: 951072
Behandeld door: Kirsten Klein
Doorkiesnummer: 06-40293689
Onderwerp: Verordening Inburgering Son en
Breugel 2022
Bijlage(n):
Geachte Adviesraad Sociaal Domein,
Op 20 oktober ontving het college het ongevraagde advies over de Verordening Inburgering Son en Breugel
2022. Met deze brief geeft het college een reactie op de gegeven adviezen. We zullen beschrijven op welke
manier we de adviezen hebben opgevolgd. Ook geven we een toelichting wanneer een advies niet is
opgevolgd.
Artikel 3
• De Adviesraad Sociaal Domein adviseert om een aantal onderdelen bij lid 2 en lid 3 uit de
modelverordening wel op te nemen in de verordening.
Reactie college: Het advies wordt overgenomen. ‘De gemeente’ wordt vervangen door ‘het college’. Van
belang om te benoemen is dat lid 2 een kan bepaling is, wat betekent dat er geen rechten aan ontleend
kunnen worden.
Artikel 4
• Advies punt 2 tekstueel: “het moment van inschrijving in het college” moet zijn: “de
basisadministratie van de gemeente”
Reactie college: Het advies van de Adviesraad wordt overgenomen.
• Advies punt 3c: wenselijk directe start van kind om deel te nemen met een VVE-indicatie (maximaal
16 uur) aan voorschoolse educatie binnen kinderopvang of plaatsen in groep 1-2 van een
basisschool.
Reactie college: De tekstsuggestie van de Adviesraad wordt niet overgenomen. In lid 3c wordt er verwezen
naar artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs. Het is voor een
verordening gebruikelijk om te verwijzen naar andere wetten, dan deze uit te schrijven. Een directe start is
altijd wenselijk. Een VVE indicatie wordt afgegeven door het consultatiebureau. Het duurt vaak even
voordat kinderen gezien worden door het consultatiebureau na verhuizing naar de gemeente. Hiervoor
moeten we kijken of het mogelijk is om afspraken te maken met het consultatiebureau. We stellen voor om
dit mee te nemen in de evaluatie van de verordening.
• Advies punt 4a,b: bij het in kaart brengen van het taalniveau van de inburgeringsplichtige ten
behoeve van de brede intake: ook het niveau van de beheersing en mate waarin communicatie in
een andere taal mogelijk is meenemen in verband met het vergroten en versnellen van de kans op
werk op termijn. De hoogste prioriteit gaat altijd uit naar de beheersing van de Nederlandse taal.
Reactie college: Het advies wordt niet overgenomen. Het college onderschrijft dat de beheersing van een
andere taal dan het Nederlands (in dit geval alleen de Engelse taal) de toeleiding naar werk vergroot. Artikel
4, lid 4 is een verplicht onderdeel in de verordening. De gemeente moet deze tekst in ieder geval opnemen.
De toevoeging van de Adviesraad is onderdeel van punt 4a,b en daarom niet wenselijk om extra op te
nemen.
Artikel 5
• Advies punt 1b: Geadviseerd wordt de omschrijving van de Modelverordening te gebruiken: “b. het
recht om de gesprekken in het kader van de brede intake met de gemeente alleen te voeren of met
aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner;”
Reactie college: De tekstsuggestie van de Adviesraad wordt niet overgenomen. De modelverordening is
gemaakt voordat het Besluit Inburgering bekend was. De formulering in de verordening is zoals de Besluit
Inburgering 2021 beschrijft. Als we dit aanpassen, dan klopt het juridisch niet meer. In de communicatie
naar statushouders communiceren we wie er aanwezig mag/mogen zijn, waaronder een onafhankelijk
cliëntondersteuner en/of een tolk.
Artikel 6
• Advies punt g. Opnemen verwijzing naar de criteria voor het in aanmerking komen voor een
bijstandsuitkering voor inburgeringsplichtige.
Reactie college: Het advies wordt niet overgenomen. In de beschikking wordt het niet opgenomen, omdat
de inburgeraar hier een aparte brief over krijgt. Dit staat vermeld in de beschikking.
Artikel 8
• Er wordt geadviseerd om de tekst uit de modelverordening te gebruiken.
Reactie college: Het advies wordt niet overgenomen. Voor de B1-route en onderwijsroute werken wij in
regionaal verband samen. Wij hebben de aanbesteding uitbesteed aan de gemeente Eindhoven. Voor de Zroute werken we met de WSD-gemeenten samen. Wij vinden het daarmee voldoende om op te nemen dat
wij in regionaal samen om een gevarieerd aanbod te kunnen doen. Ook worden deze onderdelen (met
uitzondering van onderdeel d) meegenomen in de inkoopafspraken voor de B1-route en onderwijsroute en
komen ze ook terug in het programma van eisen voor de WSD. Het is dubbelop om het ook in de
verordening op te nemen.
Artikel 11
• De Adviesraad adviseert om drie punten uit de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek van
de LEVgroep op te nemen in de verordening.
Reactie college: Het advies gaat verder dan wat wettelijk nodig is en is onderdeel van 11c. We stellen voor
om dit mee te nemen bij de evaluatie van de verordening.
Artikel 12
• De Adviesraad adviseert om de tekst van de modelverordening toe te voegen, waarbij er in een
beleidsregel aanvullende kwaliteitscriteria vast worden gelegd voor het inburgeringsaanbod aan
asielstatushouders.
Reactie college: Het advies van de Adviesraad wordt niet overgenomen. In de verordening is opgenomen
dat het college kwaliteitscriteria gaat controleren. Welke kwaliteitscriteria er zijn is onder andere vastgelegd
in de inkoopafspraken. Het opnemen van deze criteria in de verordening helpt niet om richting te geven bij
de keuze van een aanbieder. Daarvoor dienen deze opgenomen te zijn in het programma van eisen voor de
inkoop. Bij de evaluatie van die afspraken komt dit dus terug.
Artikel 13
• Advies punt 2: Gedurende de eerste twaalf maanden na aanvang van de inburgeringstermijn vinden
minimaal twee voortgangsgesprekken plaats. De ASD adviseert om in die periode minimaal 4
gesprekken te hebben met de inburgeraar.
Reactie college: Het advies wordt overgenomen.
• Advies punt 5: Het college kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de
inburgeringstermijn…..nog geen anderhalf jaar verstreken is. Wij adviseren duidelijk vast te leggen
dat hier niet alleen sprake is van afstromen van niveau B1 naar de Z-route maar ook opstromen van
B1 naar B2 niveau.
Reactie college: Het advies wordt niet overgenomen. Punt 5 is overgenomen zoals de wet het bedoeld. In
het inburgeringstraject is het mogelijk om op en af te stromen tussen de verschillende routes. Ook is op en
afstromen mogelijk binnen de B1-route. Een inburgeraar kan wisselen tussen de twee percelen waarin
wordt gestreefd naar taalniveau A2 of B1. Wanneer het blijkt dat iemand meer aan kan dan taalniveau B1,
dan is het ook mogelijk om door te stromen naar taalniveau B2.
Artikel 14
• Tekstuele aanpassing punt 3, pagina 8: “…op de dag dat de asielstatushouder in de basisregistratie
personen (BRP) in het college staat ingeschreven en daadwerkelijk in het college woont”. College
dient vervangen te worden door: gemeente.
Reactie college: De tekstuele aanpassing wordt overgenomen.
Bijlage 1
Bijlage 2
1. Er moet gewaakt worden tegen (te) hoge verwachtingen van de mogelijkheden ten aanzien van
inburgering: wordt er voldoende rekening gehouden met het taalniveau en de sociaal-emotionele
gesteldheid van de inburgeraar?
Reactie college: De nieuwe Wet inburgering vraagt straks veel inspanning van inburgeraars. Hierbij wordt er
ook rekening gehouden met het taalniveau. In de B1-route hebben wij er bijvoorbeeld voor gekozen om niet
alleen te focussen op taalniveau B1. We bieden ook de mogelijkheid voor inburgeraars binnen de B1-route
om taalniveau A2 te behalen wanneer taalniveau B1 te hoog is.
2. Er zijn te weinig woningen beschikbaar gesteld om te voldoen aan de verplichting van nog 19 te
plaatsen statushouders.
Reactie college: De krapte op de woningmarkt zorgt momenteel voor een vertraging in het realiseren van de
huisvestingstaakstelling. Er zijn afgelopen maand 4 huizen beschikbaar gesteld waarin we statushouders
kunnen huisvesten. De taakstelling die we dit jaar niet kunnen realiseren wordt doorgeschoven naar
volgend jaar en komt bovenop de taakstelling voor de eerste helft van 2022.
3. Zijn er voldoende financiële middelen om het in de verordening vastgestelde proces op zorgvuldige
wijze te realiseren?
Reactie college: In 2018 heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met Divosa en
andere partijen de basis gelegd voor het nieuwe inburgeringsstelsel. Daarbij vraagt Divosa samen met de
VNG, G40 en de G4 steeds aandacht voor voldoende geld en ruimte voor maatwerk voor gemeenten om de
nieuwe wet succesvol te kunnen uitvoeren. Er vinden nog bestuurlijke overleggen plaats tussen de VNG en
het ministerie van SZW over de financiering. Nog niet alle kosten van het in de verordening vastgestelde
proces zijn vastgesteld. We verwachten dat we binnen de beschikbare middelen kunnen realiseren. Mocht
dit niet het geval zijn, dan brengen wij daar de gemeenteraad van op de hoogte.
• De adviezen en aandachtspunten bij artikelen 9 en 13 nemen wij mee in de voorbereiding op de
uitvoering van de wet.
Met vriendelijke groet,
Burgemeester en wethouders van Son en Breugel,
Namens dezen,
Kirsten Klein
Deze brief is digitaal ondertekend en daarom niet voorzien van een fysieke handtekening
