Uitvoering van de Wet Maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet in Son en Breugel.
Bijdrage aan de gemeentelijke discussie
Uitgangspunten
De Adviesraad wil met deze notitie kennis inbrengen vanuit de optiek van de (potentieel) belanghebbende bij de uitvoering van de genoemde wetten in de gemeente Son en Breugel. De Adviesraad is geen bestuurder, politicus of organisatiedeskundige. Wij proberen zo goed mogelijk de wensen, die bij burgers als ervaringsdeskundigen leven, voor het voetlicht te brengen.
Uitgangspunt daarvan is de mens centraal te stellen bij de uitvoering van de genoemde wetten. Wij zijn van mening, dat iedere inwoner, die zich tot de gemeente wendt om ondersteuning, er recht op heeft, dat de gemeente zorgvuldig nagaat wat er gedaan kan worden om ontstane problemen te compenseren en indien de daaruit getrokken conclusies ondersteuning rechtvaardigen, dat de gemeente:
- voor zover de ondersteuning een gemeentelijke taak is, zorg draagt voor een goede mensgerichte uitvoering (door de gemeente zelf of door daarvoor gecontracteerde partijen);
- voor zover de ondersteuning krachtens wet- en regelgeving de taak is van een ander orgaan, een goede verwijzing naar en afstemming met dat orgaan tot stand brengt.
Uitgangspunten bij de beoordeling van de ondersteuningsnoodzaak zijn, dat de zelfredzaamheid van betrokkene maximaal gestimuleerd wordt en dat er een redelijk beroep op de sociale omgeving ter ondersteuning gedaan wordt.
Niet iedereen is in staat zich eigenstandig om ondersteuning tot de gemeente te wenden. Daarom heeft die ook tot taak proactief op te treden. Er wordt bijvoorbeeld in de “Eerste evaluatie jeugdwet. Na transitie nu de transformatie” (ZonMw jan. 2018) aangegeven dat gezinnen met lage inkomens, gezinnen waar ernstige zorg is over de ontwikkeling van kinderen en éénouder-gezinnen vaker moeite hebben hun weg te vinden naar toegankelijke hulp.
Vanuit het uitgangspunt, dat de mens centraal gesteld behoort te worden, meent de Adviesraad op grond van haar inzicht een bijdrage te kunnen leveren aan het vaststellen van de eisen (dat kunnen ook doelstellingen en randvoorwaarden genoemd worden) waaraan de ondersteuning moet voldoen. Over het “hoe te voldoen aan deze eisen en de financiering daarvan” willen wij ons bescheiden opstellen en veel ruimte laten voor professionals op de diverse terreinen binnen de genoemde wetten.
Aanbevelingen m.b.t. te stellen eisen
- De uitvoering van de drie genoemde wetten dient in onderlinge samenhang bezien te worden. Dat wil zeggen:
- Er dient een nieuwe nota Kader Sociaal Domein vastgesteld te worden (die ook aspecten buiten de drie genoemde wetten omvat), met een looptijd van een aantal jaren, enkele doelstellingen, een visie op de uitvoeringsorganisatie (het CMD) en een evaluatie aan het einde van die periode. Daarin dienen ook o.a. kwaliteitseisen en het onafhankelijk toezicht op de uitvoering daarvan opgenomen te zijn. De huidige nota uit 2017 is verouderd en geeft op sommige terreinen onvoldoende richting.
- Aansluitend op de nieuwe nota Kader Sociaal Domein (met daarin o.a. de visie op de uitvoeringsorganisatie CMD) en op de verordening Wmo 2020, dient er een Statuut (of iets met een dergelijke naam) voor het CMD opgesteld te worden, waarin de hoofdlijnen van de organisatie met zijn partners, van zijn financiering en van de werkwijze vastgesteld zijn. Mogelijk dienen er daartoe aanpassingen aangebracht te worden in de verordening.
- Zowel op organisatorisch gebied als m.b.t. de individuele medewerkers dient samenwerking tussen de uitvoerenden binnen de diverse gebieden verzekerd te zijn.
- Voorbeeld 1. In de landelijke nota Gezondheidsbeleid wordt er op gewezen, dat betere beroepswerkzaamheden soms meer probleemoplossend kunnen zijn dan adviezen op voedingsgebied bij gezondheidsproblemen.
- Voorbeeld 2. De aanpak van armoede, met de daaruit voortkomende psychische effecten, kan soms meer opvoedingsproblemen opheffen dan interventie in de opvoeding zelf.
- Voorbeeld 3: In de “Eerste evaluatie jeugdwet” wordt aangegeven dat er te weinig samenwerking is tussen betrokkenen in de jeugdwet en schuldhulpverlening en huisvesting.
De uitvoeringsorganisatie moet in staat zijn dergelijke over meerdere vakgebieden/wetten lopende oplossingen soepel aan te reiken.
- Er dient aandacht te zijn voor de volgende onderwerpen:
- Ingeval van doorverwijzing naar de tweede lijn blijft de cliënt gevolgd worden.
- Tweedelijns ondersteuning wordt tijdig “afgeschakeld” als het doel bereikt is of als blijkt dat een andere aanpak wenselijk is.
- Bij de overgang van 18- naar 18+ ondersteuning vindt warme overdracht plaats.
- Het uitvoeringsorgaan (in Son en Breugel het CMD) dient een transparante organisatiestructuur te hebben met duidelijke taakomschrijvingen van de medewerkers. De medewerkers vormen een team met kennis in de breedte (domein-overstijgend) en in de diepte (specialistische kennis) Er dient een eenhoofdige leiding te zijn. Afspraken met partners dienen schriftelijk en met een bepaalde looptijd en evaluatiemomenten vastgelegd te zijn.
- Het CMD is een uitvoeringsorganisatie. Dat wil zeggen, dat vanzelfsprekend de ervaring van de medewerkers bij hun taakuitoefening eenduidig gecommuniceerd moet worden naar de verantwoordelijke wethouder en de hem/haar ondersteunende ambtenaren. Het betekent ook, dat de beleidsvoorbereiding voor door de gemeenteraad en het college te nemen besluiten ten principale door die wethouder en de in dit taakgebied werkende ambtenaren verricht wordt. Het beleid, dat nodig is om tot een efficiënte uitvoering te komen, m.b.t. IT-systemen, aard en inhoud van afspraken met partners, taakomschrijving van medewerkers, huishoudelijke regels e.d. moet tot stand komen binnen het CMD.
- De actualiteit eist (helaas) dat extra aandacht nodig is voor de oplopende werkloosheid t.g.v. Covid19. Ondanks alle terechte aandacht voor de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet dient in de komende tijd in beleid en uitvoering maximaal aandacht besteed te worden aan de gemeentelijke taken m.b.t. de Participatiewet.
- Structurele en procedurele aangelegenheden m.b.t. (potentiële) cliënten van het CMD dienen eenduidig geregeld te zijn. Hieronder vallen o.a.:
- Schriftelijke bevestiging binnen korte termijn van afspraken.
- Korte en heldere doorlooptermijnen voor besluitvorming en uitvoering van besluiten en feitelijke uitvoering daarvan.
- Eén case manager per huishouden, die afdoende bevoegdheden heeft, vooral ook bij urgente aangelegenheden.
- Afdoende plaatsvervanging in geval een medewerker van het CMD of samenwerkende partner langer dan enkele dagen niet bereikbaar is voor cliënten.
- Duidelijke en tijdige voorlichting, dat ondersteuning door een vrijwillige en onafhankelijke cliëntondersteuner kosteloos verkregen kan worden.
- Goede en tijdige informatie aan cliëntondersteuners over wijzigingen in wet- en regelgeving en werkwijze CMD.
- Duidelijke opgave van de mogelijkheden om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen beslissingen.
- De locatie van het CMD staat los van het gemeentehuis en de bereikbaarheid per telefoon en e-mail is zeer goed teneinde een laagdrempelige toegang te ondersteunen. De privacy van gesprekken op het CMD en de toegankelijkheid voor mensen met een beperking moeten gewaarborgd zijn.
- Met door (potentiële) cliënten verstrekte gegevens dient strikt volgens de geldende privacyregels omgegaan te worden.
- Spoedeisende problemen (conform art. 2 lid 3 van de verordening) dienen met spoed (tijdelijk) opgelost te worden.
- Goede vervanging wanneer medewerkers van zorgaanbieders om enigerlei reden op een bepaald moment niet voor de cliënt beschikbaar zijn (bijv. ziekte of vakantie). Er dient een strikte vervangingsclausule opgenomen te staan in de overeenkomst met de zorgaanbieder. Zorgaanbieders, die hier niet aan willen/kunnen voldoen komen niet in aanmerking voor een contract.
- Goed periodiek onderzoek naar de tevredenheid van de (potentiële) cliënt met de dienstverlening door het CMD en met de voor de ondersteuning gecontracteerde aanbieder. Daarbij moet geregeld zijn, dat de beantwoording van vragen niet beïnvloed kan worden door de afhankelijkheid van de client
- Bij het bieden van een oplossing voor een ondersteuningsvraag dient maximaal gebruik gemaakt te worden van de professionele kennis en creativiteit van de betrokken CMD contactpersoon (verder te noemen consulent). Indien de creativiteit leidt tot een oplossing, die afwijkt van het gangbare patroon tot de ingang van deze nieuwe werkwijze noemen wij die oplossing een speciale maatwerkoplossing. Teneinde te vermijden, dat die geboden speciale oplossingen te veel gaan afhangen van de individuele behandelende consulent worden daartoe de volgende waarborgen ingebouwd.
- Een consulent laat een dergelijk voorstel ter ondersteuning vóór de besluitvorming becommentariëren door een ervaren andere consulent en past het eventueel aan. Indien geen gehoor gegeven wordt aan het commentaar zal dit ter kennis gebracht worden van de besluitvormer.
- De besluitvormer besteedt extra aandacht aan de onderlinge samenhang tussen de speciale maatwerkoplossingen.
- Elke speciale maatwerkoplossing (en de eventuele verlenging daarvan) heeft een evaluatieperiode van maximaal een half jaar. De evaluatie vindt plaats met de cliënt en indien door hem/haar gewenst in aanwezigheid van een vertrouwenspersoon en/of cliëntondersteuner.
Na een bepaalde periode (bijv. twee jaar) na het ingaan van de speciale maatwerkoplossingen wordt het resultaat hiervan (ook in financiële zin) geëvalueerd. Bestaande speciale maatwerkoplossingen worden in principe niet beïnvloed door deze evaluatie.
Conclusie
De Adviesraad is van mening, dat de visie en doelstellingen op het Sociaal Domein in Son en Breugel en de daaraan gekoppelde visie en doelstellingen van het CMD in overeenstemming behoren te zijn met de in deze notitie genoemde uitgangspunten en te stellen eisen. Aan sommige van deze uitgangspunten en eisen kunnen concrete doelstellingen (jaarlijks of over meerdere jaren) gekoppeld worden.
