Son en Breugel, 1-11-2022
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Son en Breugel
per e-mail: bestuurssecretariaat@sonenbreugel.nl
Geacht college,
Per e-mail van Emma Bruinenberg is ons op 27-9-2022 de conceptverordening Jeugdhulp Son en Breugel en het Uitvoeringsbesluit Jeugdhulp 2023 toegezonden met de vraag daarover advies uit te brengen.
Wij hebben voor het opstellen van het advies een werkgroep ingesteld, waarvan de leden als achtergrond hebben Mantelzorg en Dementie, Onderwijs en Stichting MeedoenWerkt/CG Platform, alsmede de secretaris van het bestuur, onder voorzitterschap van Ben van Bruxvoort (bestuurslid met dit onderwerp in zijn portefeuille).
Hierbij zend ik u het op basis van het voorstel van de werkgroep door het bestuur vastgestelde advies toe.
Evaluatie
In de verordening van 2018 staat vermeld dat de gemeente de werking van de verordening 2 jaarlijks evalueert. Op welke wijze dat dient te gebeuren staat niet vermeld.
Wij zijn van mening dat, zoals nu het geval is, het onvoldoende is dat aan de uitvoerder (het CMD) gevraagd wordt wat de cliënten er van vinden. Wij adviseren u om het CMD en de kernpartners opdracht te geven gesystematiseerd cliënten, bij voorkeur direct na het beëindigen van de begeleiding, te bevragen over hun ervaringen met het CMD en zijn partners. Dit maakt dat bij beleidsoverwegingen de stem van de cliënt gehoord kan worden en dat zal de kwaliteit van de dienstverlening vergroten.
Aard van de aanpassingen in de Verordening 2018
U geeft aan dat de aanpassingen overwegend een actualisering betreffen.
Wij zijn van mening dat het voor de komende jaren vastleggen van een verordening rechtvaardigt dat ons advies de gehele verordening betreft en niet slechts deze actualisering.
We beseffen dat een verordening op zich een beleidsarm document kan zijn en dat de inhoud, de visie, de inhoudelijke uitgangspunten in andere documenten thuis horen. In uw opsomming onder overwegende dat missen wij de regiovisie ‘Een 10 voor de jeugd’ en de Hervormingsagenda 2023-2028, zoals die is afgesproken met het Rijk. Het Beleidskader Sociaal Domein is aan grondige herziening toe en dat zal niet eerder dan in het voorjaar van 2023 zijn beslag krijgen. Het uitgangspunt dat vorm inhoud volgt lijkt hier omgekeerd te worden.
Verordening
Artikel 1
De definitie familiegroepsplan is verwijderd, met als reden dat het CMD er geen gebruik van maakt.
Het komt ons voor dat ouders die om hulp vragen niet direct met een plan op de proppen komen waarin staat hoe de familie het probleem kan oplossen. Ouders weten het veelal niet meer.
Binnen de jeugdhulpverlening is de methode familieberaad bekend. Een methode uitgevoerd door specifiek opgeleide HBO+-ers of gedragswetenschappers met als doel de eigen kracht van het gezin en zijn netwerk optimaal te benutten. Normaliserend en daarmee goed voor het kind.
Mogelijk niet passend in deze verordening, echter een verwijzing naar een andere opzet lijkt ons logisch.
Product Diensten Catalogus
De toegankelijkheid en de inhoud van de PDC vraagt aandacht.
Wij stellen ons een overzicht voor met een korte beschrijving van het aanbod en welke zorgaanbieder dit uitvoert. Dit zou via de website van het CMD voor een ieder eenvoudig te bereiken moeten zijn.
Artikel 3
Bij punt drie wordt de term gecertificeerde instelling gebruikt. Onder artikel 1 staat vermeld dat we daar een jeugdbeschermingsinstelling onder moeten verstaan. Graag verduidelijking, omdat een jeugdbeschermingsinstelling niet als een zorgaanbieder kan worden gezien.
Artikel 5 en 6
In deze artikelen wordt het college opgevoerd als actor, als uitvoerder van het beleid.
Vragen omtrent de privacy, vakmanschap, onafhankelijkheid en cliëntgerichtheid spelen hierbij een rol.
Wij zien het college eerder als regisseur, die voorwaarden op bovengenoemde gebieden stelt aan de uitvoerders en daarmee in eerste instantie aan het CMD. Dit komt dan meer overeen met de uitgangspunten van het bedrijfsplan van het CMD.
Wij adviseren op te nemen, dat deze taken door het college gedelegeerd worden aan een organisatie, die hiervoor de nodige professionele deskundigheid heeft, van daaruit kan opereren en de cliënt centraal stelt. Momenteel is deze organisatie het CMD en desgewenst kan dit voor de komende jaren in de verordening vastgelegd worden.
Artikel 11
In dit artikel lijkt het PGB een alternatief te zijn voor een individuele voorziening, maar wellicht wordt bedoeld “zorg in natura of PGB”. (Conform de bepalingen in art. 10.1)
Waar wij aandacht voor vragen is of ergens belegd is dat er ook een kwalitatieve afweging kan worden gemaakt die er voor zorgt dat -wanneer duidelijk is dat de hulp niets toevoegt- de hulp gestopt kan worden. Een eenvoudige vraag waar het antwoord vaak heel moeilijk op is te geven.
Uitvoeringsbesluit
In de kop
Of de tekst “gezien de instemming van de ASD” gehandhaafd kan worden in de definitieve tekst of vervangen dient te worden door “gezien het advies van de ASD” kan pas vastgesteld worden na de besluitvorming van het college n.a.v. de advisering in deze brief.
- 3 artikel 9
De voorwaarden om voor een PGB in aanmerking te komen worden hier wel zeer ruim omschreven.
Als er een probleem is kan dit voldoende zijn.
Daarnaast wordt in het eerste lid punt d. omschreven wanneer overwegende bezwaren kunnen optreden om PGB toe te kennen
Een uitvoeringsregel moet volgens ons enig houvast bieden voor de gebruikers en de uitvoerders van de verordening. Het lijkt ons verstandig dit artikel vanuit dat oogpunt nog eens goed tegen het licht te houden.
Artikel 12
Het is wenselijk in lid 1 toe te voegen, dat de vertrouwenspersoon kosteloos is (net zoals dat bij de cliëntondersteuning staat).
Overigens is het van belang dat ergens geformuleerd staat dat een dergelijke vertrouwenspersoon aan bepaalde voorwaarden dient te voldoen m.b.t. zijn of haar specifieke condities, kennis en vaardigheden.
Met vriendelijke groet,
namens het bestuur ASD,
Tom Thalhammer
voorzitter
c.c. Emma Bruinenberg, René van der Aa
