1. Home
  2. /
  3. Activiteiten
  4. /
  5. Overige onderwerpen
  6. /
  7. Armoede
  8. /
  9. Nota Armoedebeleid 2021-2024 –...
Nota Armoedebeleid 2021-2024 – Advies ASD 14-6-2021
Gepubliceerd op 14 juni 2021

Aan het College van Burgemeester en Wethouders van Son en Breugel
per e-mail: bestuurssecretariaat@sonenbreugel.nl

Geacht college,

Per e-mail van Kirsten Klein is ons op 25-5-2021 de nota “Armoedebeleid 2021-2024” aangeboden met de vraag daarover advies uit te brengen.

Op 12-5-2021 had zij ons gevraagd er mee in te stemmen, dat wij uiterlijk 15 juni dit advies toesturen. In reactie daarop hadden wij toen aangegeven, dat als in de adviesaanvraag geen rekening wordt gehouden met de in het convenant afgesproken termijn van zes weken, wij desondanks ons best zullen doen om uiterlijk 15 juni een advies uit te brengen. Afhankelijk van de inhoud van de ter advisering voorgelegde tekst is het dan echter mogelijk dat in ons advies opgenomen wordt dat het door de ons opgelegde tijdsdruk onmogelijk is bepaalde deelstukken van advies te voorzien.

Bij de aanbieding van de adviesaanvraag stond vermeld, dat als het ons niet lukt om 15 juni het advies uit te brengen (ondanks ons streven daartoe) wij de normale termijn van 6 weken kunnen aanhouden.

Het verheugt ons te kunnen melden, dat het mogelijk gebleken is het advies op 14 juni in deze brief uit te brengen.

Wij hebben voor het opstellen van het advies een werkgroep ingesteld met als leden vertegenwoordigers van CLIP, Protestantse Gemeente Son en Breugel (die ook zitting heeft in CLIP), PVGE afd. Son en Breugel en Stichting Belangenbehartiging Mantelzorgers Son en Breugel en een bestuurslid van de ASD onder voorzitterschap van ondergetekende namens het bestuur van de ASD.

De werkgroep heeft tweemaal een gesprek gevoerd met Kirsten Klein en heeft kennis genomen van de motie armoedebeleid, die de gemeenteraad unaniem aangenomen heeft op 3-6-2021. Zij heeft zich georiënteerd op de situatie in omliggende gemeentes, waarbij dit door tijdsdruk niet diepgaand kon zijn.

Op basis van de bevindingen van deze werkgroep adviseren wij u als volgt.

Algemeen

Wij onderschrijven de stellingname, dat het wenselijk is om in een nieuwe nota het wenselijke armoedebeleid vast te leggen. We betreuren het, dat het in 2020 door de GGD uitgevoerde onderzoek slechts beperkt inzicht heeft gebracht in de voor dat onderzoek geformuleerde vraagstellingen. Het aantal respondenten op de enquête was betreurenswaardig laag en was vermoedelijk niet goed representatief voor de gehele doelgroep. Het viel ons op, dat veruit de meeste geënquêteerden respons op papier prefereerden boven een respons via internet. Dit geeft o.i. een indicatie over het (gebrek aan) gemak, waarmee leden uit de doelgroep van internet gebruik maken voor complexere zaken. Bovendien konden de geplande verdiepingsgesprekken geen doorgang vinden.

De nota is verheugend kort, terwijl hij toch vele essentiële elementen van een goede armoedevoorkoming en -bestrijding aangeeft. De verruiming van sommige regelingen door de inkomensgrens in die regelingen te verhogen van 110% van de bijstandsnorm naar 120% beoordelen we zeer positief.

De kortheid leidt er in enkele gevallen wel toe, dat het meer op een catalogus van onderwerpen lijkt, dan op een duidelijke bepaling van het gekozen beleid voor de komende vier jaar binnen dat onderwerp. Een aantal onderwerpen wordt niet of slechts uiterst beknopt behandeld. Bij de bespreking per hoofdstuk komen wij hier in meer detail op terug.

Er wordt in de nota helaas geen enkel aan het einde van de periode in 2024 te realiseren doelstelling vermeld. Bovendien wordt er geen indicatie van financiële consequenties gegeven.

  1. Advies: Voeg een indicatie van de te verwachten extra kosten toe.
  2. Advies: Formuleer enkele te bereiken doelen per ultimo 2024, waarvoor grotendeels gebruik gemaakt wordt van vragen, die opgenomen staan in het tweejaarlijkse cliëntervaringsonderzoek en die voor de eerste keer in het GGD onderzoek vastgesteld zijn.

Inleiding nieuw armoedebeleid

Bij de inleiding ontbreekt de opmerking, dat alle cijfermatige gegevens van vóór de corona periode stammen en dat er vanuit algemene overwegingen van uit gegaan moet worden, dat zich daardoor extra armoedegevallen gaan voordoen.

  1. Advies: Maak hier melding van in de tekst met de toevoeging, dat dit mogelijk leidt tot de noodzaak tot tijdelijke extra formatie op het CMD, zodat dit extra verzoek tot ondersteuning snel en afdoende behandeld kan worden.

Het is verstandig om het “in het beeld krijgen van de doelgroep” en de “bekendheid van de regelingen” afzonderlijk te behandelen. Dat zijn twee afzonderlijke aanbevelingen in het onderzoeksverslag.

  1. Tekstsuggestie: In het verslag van het onderzoek wordt aanbevolen om de doelgroep in beeld te krijgen en om de bekendheid van de regelingen te verbeteren in plaats van ”Een van de aanbevelingen is dan ook de doelgroep in beeld te krijgen en de bekendheid van de regelingen te verbeteren”.

Visie armoedebeleid

De opmerking; “Armoede is niet alleen een financieel probleem. Het gaat ook om achterstanden onder andere in gezondheid, sociale vaardigheid, opvoeden en vrije tijdsbesteding.“ is zeer juist. Opvallend is, dat de grote betekenis van geleiding naar werk, opleiding en vrijwilligerswerk niet genoemd wordt voor het opheffen van achterstanden.

  1. Advies: Benoem de grote betekenis van geleiding naar werk, opleiding en vrijwilligerswerk expliciet in de eerste alinea en neem daarbij op dat de gemeente naast de inkomensregelingen hier in samenwerking met o.a. de WSD maximaal op inzet, onder meer ter bestrijding van armoede.

In de tweede alinea worden een aantal voorbeelden genoemd waarvoor (soms) niet genoeg geld is. Daarbij missen wij twee voor velen essentiële producten, waarvan de aanschaf door geldgebrek veelal problematisch is, namelijk een fiets en een computer/laptop’

  1. Advies: Voeg fietsen en computers toe aan de voorbeelden, waarvoor niet genoeg geld is, in alinea 2.

In de visie hoort voor de armoederegisseur niet zozeer thuis wat hij of zij moet doen, maar meer de essentie van wat hij of zij moet bereiken. Invulling van hoe hij of zij dat moet bereiken hoort thuis in het hoofdstuk “Wat gaan wij doen”. Verder vinden wij dat het belangrijk is helder vast te leggen, dat deze rol weliswaar van beperkte duur is, maar wel een aantal jaren moet blijven bestaan en van voldoende omvang is.

  1. Tekstsuggestie voor armoederegisseur in Visie:

Er wordt een armoederegisseur (tenminste 0,8 fte) aangesteld, die in de periode 2021-24 tot taak heeft:

  1. Te bewerkstelligen dat ultimo 2024 (nagenoeg) iedereen, die volgens de daarvoor geldende criteria in aanmerking komt voor een inkomensregeling, de bij deze regeling(en) horende uitkering daadwerkelijk ontvangt, tenzij betrokkene bewust afziet van deze mogelijkheid.
  2. Te bevorderen dat de organisaties en samenwerkingsverbanden, die noodzakelijk zijn om dit te effectueren, efficiënt en voor de aanvragers op een snelle en transparante wijze werken

in plaats van de huidige tekst “Om regelingen meer onder de aandacht te brengen geeft ene armoederegisseur voorlichting aan beroepsgroepen. Ook zet deze zich in om het netwerk van partijen, die zich bezig houden met armoedebestrijding, te versterken, meer integrale afstemming te bereiken en krachten te bundelen.”

Wat gaan we doen

Zoals we bij de visie uiteengezet hebben, dat we geleiding naar werk, opleiding en vrijwilligerswerk belangrijk vinden, menen we dat bij de formulering van de vertaling van de integrale visie naar een collectief aanbod van ondersteuningsmaatregelen (in de derde alinea) hier ook melding gemaakt moet worden van het aanbod om ondersteuning te krijgen bij maatregelen, die tot enigerlei vorm van werk kunnen leiden, met als mogelijk einddoel het niet langer nodig hebben van inkomensondersteuning.

  1. Advies: Maak duidelijk, dat ondersteuning bij een terugkeer tot het arbeidsproces, voor degenen voor wie dat een reële optie kan zijn, integraal onderdeel uitmaakt van het ondersteuningspakket.

Het in de nota genoemde uitgangspunt van vertalen van de integrale visie naar een collectief aanbod van ondersteuningsmaatregelen dient ook in te houden, dat doelgroepen, waarvoor specifieke ondersteuning wenselijk is, bij “Wat gaan we doen” besproken worden. Voor twee dergelijke groepen vragen wij aandacht in de nota, namelijk statushouders en inwoners, waarvoor schuldhulpverlening nodig is.

  1. Advies: Neem op dat er speciale aandacht is voor de extra problemen in de voorlichting aan statushouders en bij het aanvragen van ondersteuning door statushouders op grond van taalproblemen. (Dat kan bijvoorbeeld anderstalig informatiemateriaal, ondersteuning door tolken en opleiding van ondersteuning gevende vrijwilligers m.b.t. financiële problemen betekenen).
  2. Advies: Er wordt in de nota uitsluitend vermeld, dat de schuldhulpverlening door twee organisaties wordt verleend, maar er wordt geen woord gerept over het gemeentelijk beleid. Ons inziens dient in een nota armoedebeleid hierover inzicht verschaft te worden.

In de nota staat onder kansengelijkheid voor jongeren vergroten, dat we het bereik van de Stichting Leergeld gaan vergroten. Navraag heeft ons geleerd, dat dit niet betekent dat het voornemen bestaat de ondersteuning uit te breiden, doch uitsluitend dat er bevorderd gaat worden, dat alle jongeren, die daarvoor in aanmerking komen, ook daadwerkelijk de momenteel beschikbare ondersteuning krijgen. Wij missen de argumentatie, dat het huidige aanbod van de Stichting Leergeld afdoende is. Veel signalen wijzen erop, dat het beroep op de jeugdzorg toeneemt en schade door de corona situatie nog geruime tijd van betekenis zal blijven. Wij zien de activiteiten van de Stichting Leergeld behalve als directe ondersteuning ook van belang als preventief middel om later grotere zorgvraag zoveel mogelijk te beperken.

  1. Initieer onderzoek in samenwerking met de Stichting Leergeld en andere gemeenten naar de wenselijkheid om de ondersteuningsmogelijkheden van de Stichting Leergeld te verbreden, waarbij naast aan het directe effect daarvan ook aandacht besteed moet worden aan de preventieve betekenis van een dergelijke eventuele verbredingsmaatregelen.

Over de voedselbank staat uitsluitend opgenomen, dat de subsidie wordt voortgezet, hetgeen dus inhoudt dat er geen verdere bijdrage van de voedselbank bij het bestrijden van armoede wenselijk geacht wordt. Het aantal deelnemers uit Son en Breugel aan de voedselbank in Best (die ook voor Son en Breugel werkt) ligt momenteel ver beneden het aantal, dat in redelijkheid op grond van landelijke gegevens verwacht zou kunnen worden. Een duidelijke belemmering voor deelname aan de voedselbank is de reisafstand naar het uitgiftepunt en de daarmee verbonden kosten. Bovendien hapert de informatie over deze ondersteuningsmogelijkheid. Duidelijker moet worden, dat het geen gunst, maar een recht is om er gebruik van te maken indien aan de voorwaarden voldaan wordt. Wij zijn van mening, dat de mogelijkheid, die de voedselbank biedt bij het bestrijden van (stille) armoede, beter ingezet zou moeten worden

  1. Advies: Verbeter de informatievoorziening over de voedselbank met als ondertoon, dat er recht op deelname bestaat indien de omstandigheden dat noodzakelijk maken. Bewerkstellig, dat er bijvoorbeeld eenmaal per week vervoer geregeld wordt voor de deelnemers (met als eigen kosten de kosten van openbaar vervoer).

Het instellen van een armoederegisseur juichen we toe. Een functionaris gedurende de looptijd van de nota expliciet belasten met het bevorderen, dat het aantal inwoners, dat geplaagd wordt door (ernstige) financiële problemen geminimaliseerd wordt is noodzakelijk. De mogelijkheden van de gemeente worden daarbij overigens door rijksregelingen en door eigen financiële middelen wel beperkt.

Drie zaken zijn duidelijk.

  • Degenen, die onder de regelingen vallen, moeten bereikt worden, zodat betrokkenen zich er bewust van zijn, dat ze (mogelijk) in aanmerking komen voor ondersteuning. Afspraken over signalering van betrokkenen onder handhaving van voldoende privacy is daarbij essentieel.
  • Het aanvragen van de ondersteuning moet zo eenvoudig mogelijk zijn. Dit houdt onder meer in, dat dezelfde soort informatie niet steeds opnieuw ingeleverd en toegelicht moet worden en dat voor de minder zelfredzame burger ondersteuning geboden wordt bij het verzamelen en invullen van die informatie. Dat laatste kan grotendeels met goed opgeleide vrijwilligers vorm gegeven worden.
  • De samenwerking tussen alle organisaties, die betrokken zijn bij armoedebestrijding is van groot belang. Krachten moeten gebundeld worden, kennis gedeeld en integrale afstemming bereikt.

Dit zijn ons inziens de door de armoederegisseur na te streven doelstellingen. Wij bevelen aan de functionaris niet te veel voor te schrijven in de nota hoe hij of zij deze doelstellingen bewerkstelligt. De gemeente moet ruimte laten voor zijn of haar professionele inzicht.

Dat leidt tot de volgende advisering m.b.t. de taakformulering van de armoederegisseur, rekening houdend met de huidige tekst in de nota en met de motie van de gemeenteraad[1]:

  1. Met betrekking tot bereiken van de doelgroep is ons advies:

Hij of zij draagt zorg voor:

  • contacten met alle organisaties, die daadwerkelijk met inwoners uit de doelgroep contacten hebben en ondersteunt hen bij de signalering (denk o.a. aan scholen, artsen, verenigingen, bedrijven, kerken, vrijwilligersorganisaties en organisaties betrokken bij de Vindplaats schulden van het BKR). Hij of zij informeert de organisaties over alle ondersteuningsmogelijkheden en verzorgt zo nodig opleidingsbijeenkomsten.
  • makkelijk vindbare, juiste en eenvoudig leesbare voorlichting op alle daarvoor in aanmerking komende plaatsen en vormen.
  1. Met betrekking tot het komen tot aanvragen voor ondersteuning is ons advies:

Hij of zij draagt zorg voor:

  • een zo eenvoudig mogelijke aanvraagprocedure en formulieren en voor, zo nodig, ondersteuning bij de invulling van de gegevens en het verzamelen en bijhouden daarvan.
  • het opnemen van contact in een vroeg stadium bij betalingsachterstanden om ondersteuning aan te bieden.
  1. Met betrekking tot het bevorderen van de samenwerking tussen de bij de armoedebestrijding betrokken organisaties is het afdoende om vast te leggen dat hij of zij elk initiatief kan nemen, dat hij of zij wenselijk acht. Het is daarbij wel van belang, dat deze samenwerkingsafspraken passen bij de afspraken, die in algemene zin gemaakt zijn resp. worden binnen het CMD over de onderlinge samenwerking tussen de partners.
  2. Om het een en ander mogelijk te maken dient de armoederegisseur een goed inzicht te hebben en verder op te bouwen in de problemen, de gevoelens en beweegredenen voor gedrag in de primaire doelgroep (stille armoede). Bovendien zal hij of zij goede en vertrouwelijke terugkoppeling over de gang van zaken naar de personen in de organisaties, die een signaleringsfunctie hebben, moeten geven. Daartoe lijkt het ons wenselijk, dat hij of zij, zeker in een eerste periode, ook zelf contact heeft met (potentiële) aanvragers. Om de organisatorische rol en de rol van consulent voor armoedegevallen onderling vast te leggen is het verstandig tevoren het relatieve tijdsbeslag indicatief vast te leggen, bijvoorbeeld maximaal 20% voor de consulentenrol.

De formulering van het onderzoek naar de mogelijkheid van een witgoedvoorziening is vrijblijvend. Gezien de uitkomsten van de GGD enquête en bij de ASD aanwezige informatie is het aanschaffen van witgoed, dat kapot gegaan is, in veel gevallen een serieus armoedeprobleem.

  1. Advies: Bij het onderzoek naar de mogelijkheid van een witgoedvoorziening wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
    1. Een gemeentelijke financiële bijdrage is noodzakelijk
    2. Apparatuur moet aan de volgende eisen voldoen:
      • Geen slecht energielabel (om energiegebruik en daarbij horende kosten acceptabel te laten zijn)
      • Niet te oud (om hoge reparatiekosten te vermijden)

Communicatie

Het Clip gaat drie tot vier keer per jaar een nieuwsbrief sturen aan de uitkeringsgerechtigden. Deze nieuwsbrief bevat meer informatie over de minimaregelingen en andere informatie die van belang is voor deze doelgroep. Het verschaffen van informatie aan uitkeringsgerechtigden is prima, maar wij wijzen er op, dat de gemeente verantwoordelijk is voor de voorlichting over alle gemeentelijke voorzieningen, maatregelen en procedures in het sociaal domein. De gemeente dient te borgen, dat de door Clip uit te geven nieuwsbrief de juiste informatie staat. Clip kan de nieuwsbrief niet zelf versturen, omdat dit orgaan uit privacy overwegingen niet over de adressen kan beschikken. Feitelijk verstuurt de gemeente dus de nieuwsbrief. Clip is geen rechtspersoon en dus dragen de leden ervan individueel aansprakelijkheid voor de inhoud.

  1. Advies: De gemeente gaat een nieuwsbrief uitgeven voor de uitkeringsgerechtigden en werkt daartoe nauw samen met Clip en vermeldt dat ook duidelijk in de nieuwsbrief. De bijdrage van Clip bestaat bij uitstek uit het aangeven van aan welke informatie behoefte bestaat en uit het bevorderen van de begrijpelijkheid van het taalgebruik in de verstrekte informatie. In de nieuwsbrief wordt er standaard op gewezen, dat aanvullende informatie bij het CMD verkregen kan worden.

Met betrekking tot de informatie op de website van de gemeente en het CMD wordt opgemerkt dat die vindbaar en leesbaar moet zijn. Helaas is de werkelijkheid ingewikkelder. Er wordt momenteel ook informatie met betrekking tot het Sociaal Domein gegeven op websites van SonenBreugelVerbindt (CMD-plein), de LEVgroep en de Dienst Dommelvallei (die daar aangeeft dat de Afdeling Dienstverlening en Sociale Zaken het 1e aanspreekpunt is voor inwoners, bedrijven en instellingen van gemeenten Nuenen en Son en Breugel).

  1. Advies: Behalve dat de informatie over het Sociaal Domein, waaronder alles wat betrekking heeft op het armoedebeleid, vindbaar en leesbaar moet zijn op de websites van de gemeente en het CMD is het voor de vindbaarheid voor de burger (namelijk als eerste keuze de vraag op welke website hij of zij moet zoeken) ook noodzakelijk dat er een zodanige afstemming is tussen de websites van de diverse organisaties op het gebied van het Sociaal Domein dat er op zijn minst een gecoördineerde doorverwijzing plaats vindt op die websites. Daarnaast is een duidelijke taakafbakening wenselijk; een taakafbakening, die op de desbetreffende website dan ook duidelijk aangegeven moet staan.

Om meer mensen te bereiken uit de doelgroep gaat er vaker aandacht besteed worden aan het armoedebeleid op o.a. Facebook.

  1. Advies: Aangezien wij twijfelen of Facebook een medium is waarmee de doelgroep met enige effectiviteit bereikt wordt menen wij dat het wenselijk is eerst zicht te krijgen op welke wijze informatie op internet ingezet moet worden voordat nu al een bepaalde vorm gekozen wordt. Een dergelijk onderzoek past bij de taak van de armoederegisseur.

Ook wordt de folder met informatie over minimaregelingen verspreid op verschillende locaties.

Ons inziens dient er een algemene overzichtsfolder van alle regelingen te zijn en daarenboven per regeling een afzonderlijke folder, die op alle aspecten van die regeling uitgebreider ingaat. De algemene folder en de folders voor de meest voorkomende regelingen dienen “overal” beschikbaar te zijn. Het gaat niet alleen om vaste locaties, zoals CMD, bibliotheek, gemeentehuis en Vestzaktheater, wachtkamers van artsen en tandartsen maar ook om actieve incidentele verspreiding. Bijvoorbeeld naar bijeenkomsten van ouderorganisaties, de Seniorenraad, het CG-platform, de WoonWmobeurs, het Alzheimer café en andere (voorlichtings)bijeenkomsten van tal van organisaties in Son en Breugel.

  1. Advies: Naast de verbetering van de informatieverschaffing op internet wordt in de komende twee jaar intensief ingezet op het verspreiden van schriftelijke informatie over het armoedebeleid. De armoederegisseur draagt hier zorg voor.

Voor hulp bij het doen van een aanvraag kan iemand hulp krijgen van een vrijwilliger van de formulierenbrigade. Ook kan een inwoner contact zoeken met het CMD.

Het woord formulierenbrigade is niet gangbaar en klinkt voor ons niet sympathiek. Wij hebben begrepen dat de sociale raadslieden bedoeld worden. Noem die dan en zorg er voor, dat het voor de burger duidelijk is hoe die makkelijk te bereiken zijn. De gemeente moet er zorg voor dragen, dat er voldoende sociale raadslieden als vrijwilliger beschikbaar zijn en nieuwe belangstellenden voor deze belangrijke vrijwilligersfunctie werven en opleiden. Dit overschrijdt het onderwerp ondersteuning armoedebeleid, omdat sociale raadslieden op het gehele terrein van het sociaal domein adviserend kunnen optreden, maar is wel belangrijk om succes te kunnen boeken bij de armoedebestrijding. De ASD kan momenteel niet overzien of de taak om op het gehele terrein van het Sociaal Domein inzetbaar te zijn wellicht te veeleisend is voor dit soort vrijwilligerswerk. Het roept de vraag op of er een zekere mate van differentiatie in de taken van de sociale raadslieden wenselijk is. Oordeelsvorming daarover kan echter geen onderdeel uitmaken van de nu aan de orde zijnde armoedeproblematiek.

  1. Advies: Verander het begrip formulierenbrigade in sociale raadslieden en voeg toe, dat bewerkstelligd zal worden, dat zij makkelijk bereikbaar zijn voor de ondersteuning zoekende burger.

In de nota onder aanpak ontbrekende onderwerpen

Het onderwerp kwijtschelding zuiveringsheffing en/of watersysteemheffing waterschap De Dommel wordt niet in de nota behandeld, terwijl dat bij een integrale aanpak van het armoedevraagstuk wel zou passen. Het is voor aanvragers van bijstand en/of kwijtschelding gemeentelijke belastingen drempelverlagend, als betrokkene dat wenst, dat bij de gemeente ingeleverde gegevens, voor zover van belang voor het waterschap, doorgegeven worden (indien de betrokken ambtenaar kans ziet op kwijtschelding door het waterschap) en de cliënt alleen aanvullende informatie zelf aan het waterschap hoeft op te geven. Daarnaast is het wenselijk om na te gaan of de vereiste informatie door het waterschap en de gemeente meer geharmoniseerd kunnen worden.

  1. Advies: Bij een aanvraag voor bijstand en/of kwijtschelding gemeentelijke belastingen dient door de behandelend ambtenaar beoordeeld te worden of dit mogelijk ook kan leiden tot kwijtschelding van heffingen door het waterschap. Indien dat het geval is en betrokkene dat wenst worden de daarvoor noodzakelijke gegevens aan het waterschap doorgeleid en hoeft de cliënt uitsluitend aanvullende informatie aan het waterschap te leveren. Verder dient nagegaan te worden of op termijn de criteria tot toewijzing van kwijtschelding door gemeente en waterschap geharmoniseerd kunnen worden. Dit onderzoek behoort tot het takenpakket van de armoederegisseur en zal vermoedelijk samen met andere gemeentes, die onder het waterschap vallen, uitgevoerd behoren te worden.

Het is het wenselijk dat de financieel zwakkere burger een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid van zichzelf en het gezin heeft. Enerzijds vanuit het publieke oogpunt, dat iemand, die een vordering op hem of haar toegewezen gekregen heeft daadwerkelijk een betaling krijgt, anderzijds omdat zelfs een relatief bescheiden toegewezen vordering al een zware financiële last voor hem of haar en eventueel het gezin kan betekenen.

  1. Advies: De gemeente zal onderzoeken of het mogelijk is om samen met andere gemeenten een aansprakelijkheidsverzekering tegen een aantrekkelijk tarief voor inwoners met een laag inkomen te realiseren. De bestaande ziektekostenverzekering voor lage inkomens kan als voorbeeld dienen.

De gemeente Nuenen kent een noodfonds om een inwoner hulp te bieden in uitzonderingssituaties, waarbij de reguliere hulpverlening geen of niet snel hulp kan bieden, terwijl er toch behoefte is aan een incidentele en acute ondersteuning. In Waalre bestaat een Diaconaal Noodfonds, dat door de gemeente financieel ondersteund wordt en waarop een beroep open staat voor alle inwoners met een laag inkomen, indien geen ondersteuning op basis van enige regeling mogelijk is. De vorm, naam en structuur van dergelijk noodfondsen loopt uiteen, doch gemeenschappelijk is, dat het een eigenstandige organisatie betreft, die subsidie van de gemeente ontvangt. Daarnaast kan een noodfonds inkomsten uit donaties verwerven.

  1. Advies: De gemeente zal onderzoeken of het mogelijk is een Noodfonds Son en Breugel in het leven te roepen, dat niet door de gemeente beheerd wordt maar waarvan de gemeente wel de basisfinanciering verzorgt. Bij dit onderzoek zal ook uitgewerkt worden onder welke criteria een belanghebbende ondersteuning door het fonds kan verkrijgen, doch in elk geval geldt daarvoor, dat het een dringende in principe eenmalige ondersteuning betreft en dat de aanvrager met een laag inkomen voor het gemelde probleem niet in aanmerking komt voor ondersteuning op basis van een rijks- of gemeentelijke regeling.

Monitoring

Een cliëntervaringsonderzoek na twee en na vier jaar is noodzakelijk. Belangrijk is hierbij dat er een nulmeting is. Wij zijn geïnformeerd, dat de uitkomsten van de GGZ enquête hiervoor gebruikt zullen worden. De nieuwe enquêtes zullen minder vragen dienen omvatten, maar de gestelde vragen dienen (grotendeels) identiek te zijn aan die in de GGD enquête.  De keuze van de te gebruiken kengetallen om de ontwikkeling te meten is van belang. Daarnaast geldt o.i. dat succes van het beleid ook naar voren dient te komen in een groter aantal respondenten, dan het teleurstellend lage aantal in de GGD enquête.

  1. Advies: Neem op in de nota, dat de ASD en Clip betrokken zullen worden bij de vaststelling van welke kengetallen als belangrijk voor de te meten ontwikkeling zullen worden beschouwd en welke vragen concreet in de cliëntervaringsonderzoeken over twee en vier jaar gesteld worden.

 

Met vriendelijke groet,

namens het bestuur ASD,

Tom Thalhammer
voorzitter

Cc: Frank Das en Kirsten Klein

[1] De adviezen 13 tot en met 16 leiden ons inziens niet verwarring tussen de beoogde lokaal sociaal bemiddelaar en de beoogde armoederegisseur. Belangrijkste verschillen: De bemiddelaar staat opgesteld voor het gehele sociaal domein, wordt ingeschakeld door belanghebbende en is verregaand onafhankelijk van de gemeente, terwijl de armoederegisseur opgesteld staat voor het onderwerp armoede, niet benaderd kan worden door belanghebbende maar voor zover hij of zij contact heeft met belanghebbende als consulent optreedt en een normale positie als CMD medewerker heeft.