Advies Verordening inburgering (op eigen initiatief; oktober 2021)
Gepubliceerd op 20 oktober 2021

Aan het college van Burgemeester en Wethouders                                                                                   20-10-2021                                               van Son en Breugel

per e-mail: bestuurssecretariaat@sonenbreugel.nl

 Geacht college,

Wij hebben er kennis van genomen, dat de gemeenteraad op 21 oktober een beeldvormende beraadslaging heeft over de Verordening Inburgering. Het college heeft daarbij als vergaderstuk o.a. een tekst voor de Verordening Inburgering Son en Breugel 2022 aangeleverd.

Eerder is een werkgroep van ons door de verantwoordelijke ambtenaar Kirsten Klein geïnformeerd over dit onderwerp en zij heeft toen meegedeeld, dat het college ons geen advies over deze verordening vraagt. Vanuit de werkgroep is toen meegedeeld, dat wij in dat geval uit eigen beweging een advies zullen uitbrengen conform het met u gesloten convenant. In bijlage 1 wordt nader ingegaan op de procesgang, die hiermee samenhangt.

In deze brief treft u dit ongevraagde advies aan. Wij gaan er van uit dat wij binnen vier weken een schriftelijke reactie van u ontvangen (punt 11 van het genoemde convenant) en veronderstellen, dat u de gemeenteraad ook in kennis stelt van deze reactie.

Wij zijn als belanghebbende en/of expert uitgenodigd aanwezig te zijn bij de beeldvormende beraadslaging en gaan graag in op deze uitnodiging in. De materie is veelomvattend en om aan de beeldvormende fase een maximale inbreng te geven zenden wij een kopie van deze aan u gerichte brief toe aan de leden van de gemeenteraad.

Zoals gebruikelijk hebben wij voor het opstellen van dit advies een werkgroep ingesteld met als leden vertegenwoordigers van Vluchtelingenwerk en van de Protestantse Kerk, de secretaris van ons Bestuur en een zeer ervaren vrijwilliger m.b.t. begeleiding van statushouders, die o.a. enquêteur was bij de door de LEVgroep gehouden onderzoek onder statushouders, onder voorzitterschap van ons bestuurslid Caroline Kersten.

Bij de bespreking van de verordening kwamen ook punten naar voren, die in meer algemene zin van belang zijn voor een goede integratie en niet direct te maken hebben met de concrete tekst van deze verordening. In bijlage 2 geven wij deze punten aan met het verzoek daar in de toekomst aandacht aan te (blijven) besteden. Deze punten maken echter geen deel uit van ons advies om wijzigingen aan te brengen in de tekst van de door het college voorgelegde Verordening.

Op basis van de bevindingen van de werkgroep adviseren wij u als volgt.

 

Artikel 3. Informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen

Het oorspronkelijk punt 2 uit de Modelverordening is achterwege gelaten:

  1. De gemeente kan bij de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen gebruikmaken van de volgende middelen:
  2. een digitaal informatiepunt op de gemeentelijke website;
  3. voorlichtingsbijeenkomsten;
  4. persoonlijke gesprekken, waarbij zo nodig een tolk wordt ingeschakeld;
  5. schriftelijke informatie in begrijpelijk Nederlands (niveau B1 of lager) [en in het Engels, Frans, Spaans en Arabisch];
  6. telefonische informatie; en
  7. de inzet van een taalmaatje en/of personen uit het netwerk van de inburgeringsplichtige.

 

In de conclusies en aanbevelingen van de door LEV uitgevoerde enquête afgenomen onder statushouders wordt onder Algemeen, Administratie, Verwachtingen/Eerste ervaringen, Ondersteuning door maatschappelijk begeleiders en Moeilijkheidsgraad Administratie/Financiën het belang aangegeven van:

-duidelijke en begrijpelijke informatievoorziening, bij voorkeur beschikbaar in meerdere talen en via verschillende kanalen

-eventueel in aanwezigheid van een tolk

-de mogelijkheid om informatie herhaaldelijk aangeboden te krijgen

-het inzetten van een voormalig statushouder om informatie te geven

Er is bewezen behoefte aan de punten a., c, d en f uit de Modelverordening.

Wij adviseren ten minste deze punten uit de Modelverordening in de Verordening van Son en Breugel  expliciet op te nemen

 

Het oorspronkelijke punt 3 uit de Modelverordening is achterwege gelaten:

3 De gemeente beoordeelt [elk jaar/termijn] of de informatieverstrekking aan de inburgeringsplichtigen, met name die aan de asielstatushouders, passend en effectief is. Hierover wordt aan de gemeenteraad gerapporteerd.

 

Wij adviseren dit punt uit de Modelverordening over te nemen, aangezien het – zeker in de beginjaren na de invoering van de wet – noodzakelijk is de informatievoorziening periodiek te evalueren en beleidsmatig te bespreken.

 Artikel 4. Brede Intake
Punt 2
: tekstueel: “het moment van inschrijving in het college” moet zijn: “de basisadministratie van de gemeente”

Punt 3 c: wenselijk directe start van kind om deel te nemen met een VVE-indicatie (maximaal 16 uur) aan voorschoolse educatie binnen kinderopvang of plaatsen in groep 1-2 van een basisschool.

Punt 4a,b: bij het in kaart brengen van het taalniveau van de inburgeringsplichtige ten behoeve van de brede intake: ook het niveau van de beheersing en mate waarin communicatie in een andere taal mogelijk is meenemen in verband met het vergroten en versnellen van de kans op werk op termijn. De hoogste prioriteit gaat altijd uit naar de beheersing van de Nederlandse taal.

Artikel 5. Werkwijze brede intake

Punt 1b.

  • Geadviseerd wordt de omschrijving van de Modelverordening te gebruiken:

“b. het recht om de gesprekken in het kader van de brede intake met de gemeente alleen te voeren of met aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner;”

  • De aanwezigheid van een onafhankelijk cliëntondersteuner wordt hier letterlijk in genoemd.
  • De aanwezigheid van een tolk kan noodzakelijk zijn tijdens de brede intake. Dit wordt ook aangegeven in de conclusies en aanbevelingen van de door LEV uitgevoerde enquête afgenomen onder statushouders (pagina 4, Algemeen, Aanbevelingen, eerste item). Zo mogelijk kan gebruik gemaakt worden van een persoon de betreffende taal spreekt en het Nederlands goed beheerst en die geen status van officiële tolk heeft.

Artikel 6. Persoonlijk plan Inburgering en Participatie

Punt g. Opnemen verwijzing naar de criteria voor het in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering voor inburgeringsplichtige.

Artikel 8 Inhoud en leerroutes

Het oorspronkelijk punt 2 uit de Modelverordening is niet overgenomen:

“2. Om de leerroutes zoveel mogelijk te laten passen bij de situatie en de behoefte van de inburgeringsplichtige, zorgt de gemeente voor een gevarieerd aanbod aan leerroutes. Hierbij valt te denken aan:

  1. variatie in niveau van het aanbod;
  2. variatie in intensiteit van het aanbod;
  3. variatie in locaties en tijden van de cursussen;
  4. variatie in de vorm van geïntegreerde leerwerktrajecten.”

 

In de conclusies en aanbevelingen van de door LEV uitgevoerde enquête afgenomen onder statushouders wordt het belang aangegeven van a, b en d.

  • a: Behalve afstromen van het B1 naar het Z-traject moet het ook mogelijk zijn om op te stromen naar B2. Het doel van de taalontwikkeling in de Verordening is het “hoogst haalbare taalniveau” (zie Artikel 7. Leerroutes, punt 2a) behalen van de inburgeraar.
  • b: In de enquête van de LEV-groep onder statushouders wordt aangegeven dat er behoefte is aan een intensief taalprogramma van enkele weken voorafgaand aan de start van de cursus Nederlands.
  • Er is behoefte aan meer variatie het aanbod van activiteiten in het leerwerktraject: behalve PostNL, groenvoorziening en Het Goed ook uitdagende bezigheden.

Geadviseerd wordt de tekst van de Modelverordening te gebruiken.

Artikel 11. Inburgeringsaanbod asielstatushouders

Punt 11c.

In de enquête van de LEV-groep onder statushouders wordt aangegeven bij Conclusies en Aanbevelingen:

  • behoefte aan extra informatie over en begeleiding bij het beheren en plannen van financiën, belastingen en sparen
  • behoefte aan extra ondersteuning bij het beheren van de persoonlijke administratie
  • behoefte aan ICT-kennis en cybersecurity (o.a. verschil post en reclame, phishing, colportage)

Wij adviseren deze drie punten expliciet bij punt 11c op te nemen.

 Artikel 12. Kwaliteit van het inburgeringsaanbod en de leerroutes

Punt 2. In de Modelverordening wordt aangegeven:

De gemeente legt in een beleidsregel aanvullende kwaliteitscriteria vast voor het inburgeringsaanbod aan asielstatushouders. Hierbij valt te denken aan:

  1. het minimum aantal contacturen dat de inburgeringsplichtige per week heeft met docenten en begeleiders;
  2. de maximale groepsgrootte bij de inburgeringscursussen;
  3. de wijze waarop de cursusinstellingen de gemeente informeren over de voortgang van de inburgeringsplichtige; en
  4. de combinatie van formeel en informeel onderwijs.

De ASD adviseert om deze punten op te nemen in de Verordening omdat deze criteria duidelijk richting geven bij de keuze van een aanbieder en voor de evaluatie van een kwalitatief goed aanbod noodzakelijk zijn.

Artikel 13. Voortgang inburgering

Punt 2. Gedurende de eerste twaalf maanden na aanvang van de inburgeringstermijn vinden minimaal twee voortgangsgesprekken plaats.

De ASD adviseert om in die periode minimaal 4 gesprekken te hebben met de inburgeraar.

Artikel 13

Punt 5. Het college kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn…..nog geen anderhalf jaar verstreken is.

Wij adviseren duidelijk vast te leggen dat hier niet alleen sprake is van afstromen van niveau B1 naar de Z-route maar ook opstromen van B1 naar B2 niveau.

Artikel 14

Tekstuele aanpassing punt 3, pagina 8:

“…op de dag dat de asielstatushouder in de basisregistratie personen (BRP) in het college staat ingeschreven en daadwerkelijk in het college woont”.

College dient vervangen te worden door: gemeente.

Met vriendelijke groet,

Namens het bestuur ASD,

 

Tom Thalhammer

voorzitter

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cc: Leden gemeenteraad Son en Breugel, Frank Das en Kirsten Klein

 

 

 

 

 

2 bijlagen

 

 

 

 

Bijlage 1 bij advies Inburgering ASD Son en Breugel

 

Het tot stand komen van het advies

 

In december 2020 heeft het college de ASD een overzicht verstrekt van de te verwachten adviesaanvragen in 2021. Daar stond een adviesaanvraag over statushouders bij vermeld. De ASD vond dit volstrekt logisch, ook al is dit onderwerp niet expliciet opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst. Deze nieuwe door het rijk aan de gemeente overgedragen taak was nog niet aan de orde bij het sluiten daarvan.

De aangekondigde adviesaanvraag paste precies in het collegeprogramma “Samen bouwen aan een mooier Son en Breugel”. In de inleiding daarvan staat “Daarnaast leggen we de komende periode in het bijzonder de focus op Burgerparticipatie. In de beschrijving van het project Burgerparticipatie wordt met betrekking tot de beleidscategorie Wettelijke taken als trede op de participatieladder “Adviseren” genoemd. In de toelichtende tekst op deze categorie staat o.a. “Er is beperkte beleidsvrijheid voor gemeenten en lenen zich zelden voor burgerparticipatie. Daarnaast maken we gebruik van de bestaande en eventueel op te richten adviesgremia die als signaleringspost en gesprekspartner kunnen dienen in de uitvoering van deze taken.”

De ASD werd in september uitgenodigd door de verantwoordelijke ambtenaar om voorlichting te krijgen over inburgering. De inmiddels gevormde werkgroep kreeg bij dit gesprek te horen, dat het college geen advies zal vragen, omdat het de uitvoering van wetgeving betreft met weinig vrijheid voor lokale invulling. Gezien het belang van het onderwerp werd in dat gesprek door de werkgroepleden aangegeven, dat er dan een ongevraagd advies uitgebracht zou worden.

In het Bestuurlijk Overleg van 1 oktober hebben wij bezwaar aangetekend aangezien advisering toegezegd was en het bij dergelijke implementatie van rijksbeleid met enige lokale beleidsvrijheid (vast te leggen in een verordening) wenselijk is representanten van de doelgroep (in dit geval de ASD) in de vaststelling van die verordening inbreng te laten geven. Wij kregen in het overleg de indruk, dat er mogelijk te zijner tijd alsnog een adviesaanvraag zou gaan komen.

Nu zeer kort geleden bleek, dat het college reeds naar de beeldvormende beraadslaging van de gemeenteraad op 21 oktober een volledige Verordening Inburgering gestuurd heeft hebben wij besloten een ongevraagd advies aan het college net nog voor die datum uit te brengen en dat naar de gemeenteraadsleden (via de griffie) te sturen om zodoende een bijdrage aan die beeldvorming te leveren. Dit ligt eens te meer voor de hand, omdat ondanks de door het college in de motivering voor de afwijzing van een adviesaanvraag genoemde geringe beleidsvrijheid er toch in het eigen voorstel in ca. 15 gevallen afgeweken wordt van het model, dat het college gekozen heeft als leidraad

  

Bijlage 2 bij advies inburgering ASD  Son en Breugel

 Enkele attentiepunten m.b.t. statushouders, die niet direct samenhangen met de concrete tekst van het voorgestelde Verordening Inburgering

 De ASD heeft er behoefte aan om er kort op te wijzen dat er enkele onderwerpen aandacht behoeven, die niet direct samenhangen met de concrete tekst van de verordening.

  1. Er moet gewaakt worden tegen (te) hoge verwachtingen van de mogelijkheden ten aanzien van inburgering: wordt er voldoende rekening gehouden met het taalniveau en de sociaal-emotionele gesteldheid van de inburgeraar?
  2. Er zijn te weinig woningen beschikbaar gesteld om te voldoen aan de verplichting van nog 19 te plaatsen statushouders.
  3. Zijn er voldoende financiële middelen om het in de verordening vastgestelde proces op zorgvuldige wijze te realiseren?

 Met betrekking tot de uitvoering van Artikel 9 Participatieverklaringstraject vragen wij aandacht voor het volgende

 DeArtikel 9. Participatieverklaringstraject
Punt 3.
Onderwerpen waaraan in het PVT aandacht wordt besteed zijn in ieder geval:

  1. Grondwet
  2. Kernwaarden
  3. Religie
  4. Cultuurverschillen en -overeenkomsten

In de Verordening is een samenvatting in 4 hoofdpunten gegeven, terwijl de Modelverordening een nauwkeurigere omschrijving geeft van de te behandelen onderwerpen.
Wij vragen extra aandacht bij punt d. voor de positie van vrouwen en het aangaan van sociale contacten in Nederland.

 

Punt 4. Aan minimaal één van de onderwerpen die behandeld worden in het PVT wordt een praktische invulling gegeven in de vorm van een excursie of activiteit. Door deze activiteit leert de inburgeringsplichtige de opgedane na kennis vertalen naar de praktijk.

Omdat dit geen eenvoudige opgave is om dit zinvol uit te voeren vragen wij om zorgvuldige keuze van de te kiezen activiteiten of excursies.

 

Met betrekking tot de uitvoering van Artikel 13 Voortgang inburgering vragen wij aandacht voor het volgende

 

Artikel 13. Voortgang inburgering

Punt 3. Ter voorbereiding op deze gesprekken wint het college informatie in bij de organisatie die bij het traject betrokken zijn, bij cursusinstellingen, werkgevers en andere personen.
De ASD adviseert dat bij het informeren naar de voortgang van de inburgering van de statushouder de maatschappelijk begeleider als “andere persoon” betrokken wordt. Bovendien is wenselijk dat de PIP-consulent tussentijds in nauw overleg staat met de maatschappelijk begeleider. Dit gebeurt nu nog onvoldoende. Nu is het doorgeven van de voortgang afhankelijk van het initiatief van de maatschappelijk begeleider om de PIP-consulent te informeren. Het een en ander mag er overigens niet toe leiden, dat de statushouder de maatschappelijk begeleider als controleur op het nakomen van zijn of haar verplichtingen in het kader van de inburgering gaat zien.