1. Home
  2. /
  3. Activiteiten
  4. /
  5. Jeugdwet en passend onderwijs
  6. /
  7. Advies Verordening Bekostiging leerlingenvervoer...
Advies Verordening Bekostiging leerlingenvervoer 2022 (juni 2022)
Gepubliceerd op 1 juni 2022

Son en Breugel, 1-6-2022

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
van Son en Breugel
per e-mail: bestuurssecretariaat@sonenbreugel.nl

Geacht college,
Per e-mail van Emma Bruinenberg is ons op 10-5-2022 de conceptverordening “Bekostiging leerlingenvervoer Son en Breugel 2022” aangeboden met de vraag daarover advies uit te brengen. Ons is gevraagd om op zo kort mogelijke termijn advies uit te brengen in verband met het door u voorgenomen tijdpad voor verdere besluitvorming. Uiteraard hebben wij getracht daar gevolg aan te geven, doch wij wijzen u er op, dat u keer op keer aandringt op snellere advisering dan de afgesproken termijn van minstens zes weken, hetgeen niet bevorderlijk is voor de haalbare kwaliteit van het advies.
Wij hebben voor het opstellen van het advies ditmaal geen werkgroep met representanten van de aangesloten organisaties ingesteld. Overwegingen hierbij waren dat het onderwerp relatief eenduidig en beperkt is en de gevraagde spoed. Drie bestuursleden onder voorzitterschap van Maaike van Kempen hebben het advies voorbereid. Zij heeft per e-mail en telefonisch contact gehad met Emma Bruinenberg ter opheldering van bepaald passages in de tekst. De groep bestuursleden heeft de voorgestelde tekst o.a. vergeleken met de thans in Son en Breugel geldende regeling en met de modelverordening van de VNG en getoetst aan discussiepunten, die aan de orde waren ten tijd van het tot stand komen van die huidige regeling. Tevens is rekening gehouden met de ervaringen met het leerlingenvervoer in de afgelopen tijd. Wij merken op, dat deze verordening uitsluitend de bekostiging regelt, terwijl er voor ouders en leerlingen veel andere belangrijke aspecten bij dit vervoer spelen. Als voorbeelden daarvan noemen wij kwaliteit van de vervoerder, maximale reistijden, op tijd uitgevoerde reizen en communicatie tussen de vervoerder en de ouders en de communicatie tussen de chauffeur en de leerlingen.
Op basis van de bevindingen adviseren wij u als volgt.

Algemeen
Wij onderschrijven de stellingname, dat het wenselijk is om de bestaande verordening te actualiseren en begrijpen dat de modelverordening van het VNG als leidraad is gebruikt.

Het concept bevat geen grote veranderingen of verrassingen t.o.v. de verordening 2014, die voor ons bezwaarlijk of onlogisch zouden zijn.
Onze benadering van het concept is gebaseerd op de ervaring dat de gemeente in de praktijk goed maatwerk levert met betrekking tot de huidige verordening. Aanvragen en beoordelingen door de deskundige worden redelijk en billijk afgehandeld.
In 2014 waren er veel zorgen en weerstand bij ouders over de invoering van een opstapplaats. Tot dan toe werd elk kind thuis opgehaald. De praktijk leert dat het principe van de opstapplaats goed werkt. Wel is het zo, dat in de afgelopen periode de situatie bij de opstapplaats langere tijd beneden acceptabel niveau was. Gelukkig is er intussen, o.a. na veel aandringen onzerzijds, structurele verbetering gerealiseerd. Het blijft noodzakelijk dat de gemeente de opstapplaats regelmatig laat schoon houden.
De gemeente levert goed maatwerk bij de beoordeling of een leerling via de opstapplaats of toch beter direct vanuit thuis kan reizen. Reistijden voor alle leerlingen in de bus zijn veel korter als niet meer één voor één iedere leerling afzonderlijk thuis opgehaald en gebracht moet worden.

Artikelsgewijze aanbevelingen
Artikel 11
In dit artikel wordt omschreven dat de vervoersvoorziening toegekend wordt op basis van de afstand naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Ouders kunnen van mening zijn dat voor hun kind de ene school beter is dan de andere school, terwijl de afstand tot die betere school groter is. Het kiezen van een speciaal onderwijs school is voor hen vaak een heel weloverwogen traject.
Om te verduidelijken wat bij de bepaling in een concreet geval als toegankelijke school beschouwd wordt, adviseren wij in de toelichting op art. 11 de volgende zin toe te voegen: Als de ouders kunnen motiveren, dat een verder liggende school een beter passende school voor de leerling is, dan vergoedt de gemeente op basis van deze grotere afstand.
Artikel 13
De mogelijkheid van vervoer naar een erkende buitenschoolse opvang is een waardevolle uitbreiding van de dienstverlening. Dit maakt het ook voor deze ouders mogelijk gebruik te maken van erkende buitenschoolse opvang in Son en Breugel.
Wij adviseren deze mogelijkheid op te nemen in de verordening, waarbij we opmerken, dat een bredere invulling gegeven had kunnen worden aan buitenschoolse opvang dan uitsluitend opvang in een erkende buitenschoolse opvang in de eigen gemeente.
Artikel 21.1a
Bij de totstandkoming van de verordening in 2014 is lang gediscussieerd over de leeftijdsgrens in deze bepaling. Deze bepaling stelt feitelijk dat als een kind negen jaar of ouder is het dan geen recht meer heeft op begeleiding als het met OV of met
3
de fiets naar school gaat. Het bezwaar daartegen is dat een kind van negen jaar met een beperking vaak een lagere ontwikkelingsleeftijd heeft en het daarom onverantwoord is om het zonder begeleiding te laten reizen. Zeker omdat de scholen buiten de gemeentegrenzen liggen. Daarom is toen in de verordening de tekst aangepast: kosten van de begeleiding worden vergoed als het kind een ontwikkelingsleeftijd gelegen beneden groep 8 heeft (zie verordening 2014, artikel 11.1a). In lid b wordt weliswaar de mogelijkheid aangegeven dat als een deskundige vaststelt dat als de leerling door een structurele handicap niet zelfstandig van het OV of de fiets gebruik kan maken toch bekostiging van begeleiding verstrekt kan worden, doch dit geeft weinig uitsluitsel over onder welke omstandigheden dit zeker het geval geacht wordt te zijn.
Om aan te geven wanneer dit zeker aan de orde is adviseren we de tekst “de leerling jonger dan negen jaar is” in art. 21.1a te wijzigen in: “de leerling een ontwikkelingsleeftijd heeft van ten minste groep 8”.
Art. 28
Teneinde de betekenis van dit artikel in één oogopslag duidelijk te laten zijn adviseren wij de gekozen titel “Afwijken van bepalingen” te vervangen door “Hardheidsclausule”. Deze woordkeus wordt ook in het VNG model gebruikt.

Met vriendelijke groet,
namens het bestuur ASD,

Tom Thalhammer
voorzitter

Cc: Frank Das en Emma Bruinenberg